De Tao
De Tao, als water, dat schittert
door licht,
De Tao, het zachte, Een zoet klinkend gedicht.
De Tao, in rust, maar het hart zacht gekneed.
Nederig door gebroken liefde, maar in kalmte gekleed.
De Tao als leegte, een versmolten
rust.
waar emoties verdwijnen, in stilte gesust.
Een weg van de liefde, een weg van veel pijn.
Het is in overgave, waardoor ‘het ik, het pijn’ in Tao verdwijnt.
Niets te meer willen, Niets meer
dat moet.
Gebroken illusies, niets meer dat ‘doet’.
Geleidt door belofte, Maar het doen om het niet.
Geen zorgen, geen dwang, geen last of verdriet.
Zonder kleren, naakt en bloot.
Woorden verwateren, de Tao zo
groot.
Jay